Wat is het verschil tussen badminton, tennis en padel?
Speel je al tennis, padel, pickleball, squash of tafeltennis, dan ken je de rally en het om de beurt slaan over een net. Bij badminton zijn vier dingen anders: de shuttle stuit nooit en je slaat hem altijd uit de lucht, de service is onderhands en je hebt er één kans voor, het serveervak volgt je eigen aantal punten, en je telt tot 21 waarbij elke rally een punt oplevert.
Wat bij badminton anders is
- De shuttle stuit nooit. Raakt hij de vloer, dan is de rally op dat moment voorbij. Je slaat hem dus altijd uit de lucht, hoog boven je hoofd of vlak boven de vloer.
- De service is onderhands en heeft één kans. De hele shuttle blijft onder je middel en je racket wijst naar beneden. Elke servicefout is meteen de rally voor de ontvanger.
- Een service via het net is gewoon goed. Valt hij in het goede serveervak, dan loopt de rally door; overspelen doe je niet.
- Het serveervak volgt je eigen stand. Even rechts, oneven links, en de ontvanger staat schuin tegenover je.
- Elke rally is een punt. Ook als je ontvangt, en een game gaat tot 21 met vanaf 20-20 twee punten verschil.

De baan en het materiaal
| Badminton | Tennis | Padel | Pickleball | Squash | Tafeltennis | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Speelvlak | 13,40 bij 6,10 m, bij enkelspel 5,18 m breed | 23,77 bij 8,23 of 10,97 m | een kooi van 10 bij 20 m, glas en hek | 6,10 bij 13,41 m | een kamer van 9,75 bij 6,40 m met vier muren | een tafel van 274 bij 152,5 cm, 76 cm hoog |
| Het net in het midden | 1,524 m | 0,914 m | 0,88 m | 0,86 m | geen net: de tin op de voormuur | 15,25 cm boven de tafel |
| Slaan met | een racket met bespanning | een racket met snaren | een padelracket: hard blad met gaten | een paddle: hard blad | een racket met snaren | een bat met rubber |
| Waarmee je speelt | een shuttle met 16 veren of een kelk van nylon | een tennisbal met vilt | als een tennisbal, iets minder druk | hard plastic met gaten | een kleine rubberen bal | een bal van kunststof, 40 mm |
| Waar hij stuit | nergens: raakt de shuttle de vloer, dan is de rally voorbij | op de grond, hoogstens één keer | op de grond, hoogstens één keer; de wanden doen mee | op de grond, hoogstens één keer | op de grond, hoogstens één keer; de muren doen mee | op de tafel, precies één keer |
Serveren en tellen
| Badminton | Tennis | Padel | Pickleball | Squash | Tafeltennis | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Service | onderhands, de hele shuttle onder je middel | bovenhands of onderhands, uit de hand | onderhands, na een stuit | onderhands, uit de hand of na een stuit | één voet in het serveervak, tegen de voormuur boven de servicelijn | opgooi van 16 cm van de open hand, eerst op de eigen helft |
| Pogingen | één | twee | twee | één | één | één |
| Service via het net | goed, doorspelen | let, overspelen | netbal, overspelen | goed, doorspelen | geen net | let, overspelen |
| Uit welk vak | volgt je eigen aantal punten: even rechts, oneven links | het eerste punt rechts, daarna om en om | het eerste punt rechts, daarna om en om | volgt de stand van de serverende partij | vrije keuze na elke hand out, daarna om en om | vrij in het enkelspel, rechts naar rechts in het dubbel |
| Wie serveert | wie de rally wint | een hele game dezelfde | een hele game dezelfde | de serveerder blijft serveren tot hij een rally verliest | wie de rally wint | om de twee punten de ander |
| Tellen | tot 21, elke rally een punt | 15, 30, 40, game | 15, 30, 40, game | tot 11, alleen wie serveert scoort | tot 11, elke rally een punt | tot 11, elke rally een punt |
| Bij een gelijke stand | vanaf 20-20 twee punten verschil, bij 29-29 beslist het dertigste punt | gelijk en voordeel | gelijk en voordeel, of golden point | doorspelen tot twee punten verschil | vanaf 10-10 twee punten verschil | vanaf 10-10 twee punten verschil |
Wat je meeneemt en wat je aflegt
Je timing, je oog voor het spel en je gevoel voor het net neem je overal mee naartoe. Wat je bij badminton aflegt: het wachten tot een bal gestuit heeft, de tweede servicekans en de grote zwaai bij de service. Wat je erbij leert: bij elke shuttle zijn voordat hij valt, de shuttle zo hoog mogelijk nemen, en bij elke service weten uit welk vak je hoort te staan. Ken je geen van de andere sporten, dan mis je niets: deze pagina is puur ter vergelijking.
Situaties op de baan
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Je komt van tennis. Een lage shuttle komt naar je toe, je laat hem een keer op de vloer komen en slaat hem daarna netjes terug.
De rally was al voorbij toen de shuttle de vloer raakte, en het punt is voor de ander. Bij badminton bestaat de stuit niet.
Je komt van tennis en je eerste service is te hoog.
Dan is de rally meteen voor de ontvanger. Een tweede service bestaat bij badminton niet.
Je service raakt de netband en valt in het goede serveervak.
Goed, de rally loopt door. Anders dan bij tennis en padel speel je die service niet over.
Veelgestelde vragen over de verschillen
Mag de shuttle bij badminton stuiten?
Nee. Raakt de shuttle de vloer, dan is de rally op dat moment voorbij; je slaat hem dus altijd uit de lucht.
Hoeveel services heb je bij badminton?
Één per rally. Elke servicefout is meteen de rally voor de ontvanger, anders dan bij tennis en padel.
Waarom serveer je bij badminton onderhands?
Omdat de hele shuttle onder je middel blijft en je racket naar beneden wijst. Het woord onderhands staat niet in de regels; het is het gevolg van die twee eisen.
Is een badmintonbaan even groot als een pickleballbaan?
Bijna. Badminton speel je op 13,40 bij 6,10 meter, pickleball op 13,41 bij 6,10 meter. Het net hangt bij badminton wel ruim een halve meter hoger.
Telt badminton met 15, 30 en 40, zoals tennis?
Nee. Bij badminton levert elke rally een punt op en gaat een game tot 21, met vanaf 20-20 twee punten verschil.