BADMINTON 58 — Leer en Speel

Welke slagen heb je nodig bij badminton?

Als beginner heb je acht slagen nodig: de korte service, de lange service, de clear, de drop, de smash, de drive, de netdrop en de lift. De eerste maanden gebruik je vooral vier daarvan: de twee services, de clear en de drop. De rest komt zodra die vier zitten. Dit deel van badminton is geen reglement; doet je trainer het anders, volg dan je trainer.

De acht slagen op een rij

SlagWanneerWaarom
korte servicede eerste slag van de rally, laag over het net, net achter de voorste serveerlijnde ontvanger kan niet naar beneden slaan en moet de shuttle omhoog spelen
lange servicede eerste slag van de rally, hoog en diep naar de achterkant van het serveervakde ontvanger moet helemaal naar achteren en jij hebt tijd om klaar te staan
clearbovenhands, hoog en diep naar de achterlijn van de andertijd winnen en de ander naar achteren sturen
dropbovenhands, zacht en net over het net, meestal vanaf achterinde ander die achterin staat naar voren halen
smashbovenhands, hard en steil naar beneden, als de shuttle hoog en voor je komtde rally afmaken
drivevlak en snel over het net, ongeveer op schouderhoogte, forehand of backhandtempo maken en de ander geen tijd geven
netdropzacht vanaf het net, net over de band, zodat de shuttle meteen valtde ander dwingen om vanaf het net omhoog te spelen
liftonderhands van laag bij het net hoog naar de achterlijnuit de problemen komen en tijd kopen

Bij badminton stuit de shuttle nooit, dus elke slag neem je uit de lucht. Een shuttle die zijn snelheid kwijt is, valt bijna loodrecht naar beneden.

De baan van opzij met zeven vluchten van de shuttle in kleur: de lange service hoog en diep tot de achterlijn, de korte service net over de voorste serveerlijn, de clear hoog naar de achterlijn, de drop zacht net over het net, de smash hard en steil naar beneden, de drive vlak over de netband en de lift van het net hoog naar achteren
De weg van de shuttle per slag: hoog voor de lange service, de clear en de lift, laag over de band voor de korte service en de drive, en naar beneden voor de drop en de smash.

De grip: forehand en backhand

Houd het racket vast alsof je iemand een hand geeft: de V tussen je duim en je wijsvinger ligt op de smalle bovenkant van de grip en het blad staat rechtop. Dat is de forehandgrip, en de grip ligt in je vingers, niet in je vuist. Draai het racket een klein stukje, zodat je duim plat op de brede kant komt, en je hebt de backhandgrip: je duim duwt de slag en geeft kracht zonder grote zwaai. Aan het net houd je het racket kort vast voor controle, achterin lang voor bereik.

Klaarstand en voetenwerk

Voeten iets wijder dan je schouders, knieën licht gebogen, gewicht op je voorvoeten, en het racket omhoog voor je met het blad op borsthoogte. Op het moment dat de ander de shuttle raakt, maak je een kleine hup en land je op beide voorvoeten: de split step. Naar voren eindig je met een uitvalspas, een grote stap met je racketvoet en de knie boven de voet. Naar achteren draai je je zij naar het net en schuif je met zijwaartse pasjes achteruit, de chassé.

Clear, drop en smash: dezelfde aanloop

De clear, de drop en de smash beginnen met dezelfde beweging, en wie ze zo slaat laat de ander pas op het laatste moment zien wat er komt. Draai je zij naar het net met je racketvoet achter, breng je elleboog omhoog en wijs met je vrije hand naar de shuttle. Bij de clear sla je door naar boven, tot vlak voor de achterlijn van de ander. Bij de drop vertraagt je arm net voor het raken en strijk je de shuttle zacht weg. Bij de smash raak je de shuttle verder voor je en knak je je pols naar beneden.

Drive, netdrop en lift

De drive is een vlakke, snelle slag op schouderhoogte, van net tot middenveld: kort slaan vanuit je onderarm en pols, met het blad recht en zonder grote zwaai. Bij de netdrop sta je met je racket omhoog en kort vast, neem je de shuttle zo hoog als je kunt en laat je hem met een open blad zacht over de band tuimelen. Met een lift speel je een lage shuttle bij het net onderhands hoog naar de achterlijn. Sla hem diep, want een lift die halverwege blijft hangen is een smash voor de ander.

De twee services

De korte service sla je met de backhand: backhandgrip, de shuttle tussen duim en wijsvinger voor je, het blad vlak achter de dop en een korte duw vanuit je duim en onderarm. Dat is de standaardservice in het dubbelspel. De lange service sla je met de forehand, met je zij naar het net: je racket komt van achteren laag onder de shuttle door en zwaait door naar boven. Dat is de standaardservice in het enkelspel. Bij beide blijven de eisen uit de spelregels gelden.

Situaties op de baan

Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.

De shuttle komt hoog, maar je staat achter je achterlijn.

Sla een clear of een drop. Een smash van achter je achterlijn komt vlak aan, de ander tikt hem terug en jij staat nog achterin.

Je speelde een clear en je tegenstander staat nu achterin.

Dit is het moment voor een drop naar een voorhoek. Staat hij in het midden met zijn racket omhoog, dan slaat hij dezelfde drop naar beneden.

De shuttle komt laag bij het net en je bent er net te laat bij.

Sla een lift: onderhands hoog en diep naar de achterlijn. Een lift die halverwege blijft hangen is een smash voor de ander.

Veelgestelde vragen over de slagen

Wat is het verschil tussen een clear en een lift?

Allebei gaan ze hoog en diep naar de achterlijn. De clear sla je bovenhands van achterin, de lift onderhands van laag bij het net.

Wat is een drop bij badminton?

Een bovenhandse slag die zacht net over het net valt, meestal vanaf achterin, om de ander die daar staat naar voren te halen.

Met welke slag sla je de korte service?

Met de backhand: backhandgrip, de shuttle voor je, en een korte duw vanuit je duim en onderarm, zonder zwaai.

Wat is de split step?

Een kleine hup op het moment dat de ander de shuttle raakt, zodat je op beide voorvoeten landt en meteen alle kanten op kunt.

Hoe houd je een badmintonracket vast?

Voor de forehand als een handdruk, met de V tussen duim en wijsvinger op de smalle kant van de grip. Voor de backhand draai je het racket iets, met je duim plat op de brede kant.

Wil je meer dan alleen deze regel kennen?

Herken elke slag en weet wanneer je hem slaat; de beweging zelf oefen je met de cursus erbij. Deze regel geeft antwoord op één situatie. Met de complete cursus begrijp je hoe spelregels, termen en spelsituaties samenhangen. Zo sta je met meer zekerheid op de baan en voorkom je onnodige discussie.

De cursus, vanaf € 14,99 per speler

Bekijk de pakketten