Deze les was er één van elf. In de cursus krijg je ze allemaal, met de oefenvragen, de memokaarten en als pluspunt de techniek, de tactiek en de omgangsvormen. Een jaar toegang, direct na je betaling.
De service: beide voeten stil, de shuttle onder je onderste rib en één kans
Dit is les 5 van de 11, precies zoals hij in de cursus staat. Lees hem door, maak de zeven oefenvragen en neem de memokaart mee naar de baan. Gratis, zonder account. Bevalt het? Dan heb je de andere tien lessen voor 29,95, of vanaf 14,99 per speler samen met je partner of je hele vier. Ontvang direct je toegangscode en begin meteen.
Start direct vanaf € 14,99 per speler
Wat je na deze les kunt
- een service slaan die aan alle eisen van de spelregels voldoet
- bij elke service zeggen of hij goed is en wie de rally krijgt
- het verschil uitleggen tussen de middelregel en de regel van 1,15 meter
Elke rally begint met een service
In les 4 heb je geleerd wie serveert en vanuit welk vak: even rechts, oneven links. Deze les gaat over de service zelf. Wat moet er gebeuren tussen het moment dat je klaarstaat en het moment dat de shuttle over het net gaat?
Bij badminton krijg je één kans. Elke servicefout is meteen de rally voor de ontvanger, die daarmee een punt krijgt en de service overneemt. Er is geen tweede service en geen "let, nog een keer" zoals bij tennis. Serveer daarom beheerst. Een beheerste, geldige service is belangrijker dan een spectaculaire service die regelmatig fout gaat.
Onderhands is geen regel, maar een gevolg
Iedereen zegt dat je bij badminton onderhands moet serveren. Toch staat dat woord nergens in de spelregels. Wat er wel staat: de shuttle moet laag zijn op het moment dat je hem raakt, en je racket moet naar beneden wijzen. Wie zich daaraan houdt, serveert vanzelf onderhands. Een bovenhandse service voldoet daardoor niet aan de regels.
Spelers gebruiken twee soorten service. De korte service valt net over het net, vlak achter de voorste serveerlijn. De lange service gaat hoog en diep naar de achterkant van het serveervak. Hoe je die slaat en wanneer je welke kiest, leer je in les 9. Hier gaat het om de eisen die voor elke service gelden.

Op de tekening zie je de serveerder van opzij met alle eisen in één beeld: beide voeten stil op de vloer in het serveervak, de shuttle geheel onder het middel op het moment van raken, steel en blad van het racket naar beneden, het racket dat eerst de dop raakt, en de zwaai die in één beweging naar voren gaat. De shuttle verlaat het racket omhoog en gaat over het net naar het serveervak schuin tegenover.
Schuin tegenover elkaar
Jij staat in je serveervak, de ontvanger staat in het serveervak schuin tegenover je. Jullie staan er allebei helemaal in en raken geen lijn: niet de middenlijn, niet de voorste serveerlijn, niet de zijlijn en niet de achterlijn. In het enkelspel is het vak lang en smal, in het dubbelspel kort en breed; de vakken zag je in les 2. Zet je voeten ongeveer een handbreedte van de lijnen. Zo voorkom je dat je een lijn raakt.
Beide voeten blijven staan
Vanaf het begin van de service tot het moment dat je de shuttle raakt, blijft van beide voeten een deel stil op de vloer. Je mag op je tenen staan en je hiel mag los, maar een voet optillen, verplaatsen of een stap maken mag pas na het raken. Dezelfde eis geldt voor de ontvanger. Wie naar voren rent voordat de shuttle is geraakt, maakt een fout en verliest de rally. Blijf dus stilstaan en vertrek pas nadat de shuttle is geraakt.
Wanneer de service begint en klaar is
De service begint zodra jullie allebei klaarstaan en jouw racketblad voor het eerst naar voren beweegt. Alles daarvoor, zoals de shuttle voor je houden of je racket naar achteren brengen, hoort er nog niet bij. De service is klaar op het moment dat je racket de shuttle raakt, of op het moment dat je mist. Tussen dat begin en dat einde moet alles kloppen: je voeten, de hoogte, het racket, de zwaai.
Niet vertragen
Staan jullie allebei klaar, dan serveer je. Je racket naar achteren brengen en dan wachten om de ontvanger nerveus te maken geldt als onnodig vertragen, en dat is een fout. Zodra je racket achter is, ga je naar voren. Ook de ontvanger mag het spel niet ophouden zodra hij klaarstaat.
Loslaten zonder draai
Houd de shuttle bij de veren of de dop vast en laat hem rustig vallen. Je geeft er geen draai aan en je gooit hem niet op. Een shuttle die je loslaat valt met de dop naar beneden, en dat is precies wat je wilt.
Eerst de dop
Je racket raakt de shuttle eerst op de dop. Sla je tegen de veren, dan is het een fout. Laat je de shuttle rustig vallen en sla je met een korte beweging tegen de dop, dan gaat dit meestal vanzelf goed.
De hoogte: de Nederlandse middelregel
Op de club, in de competitie en op bijna alle toernooien in Nederland geldt de middelregel. Op het moment dat je racket de shuttle raakt, is de hele shuttle lager dan je middel. Het middel is een denkbeeldige lijn rond je lichaam over het laagste punt van je onderste ribben. Dat zit hoger dan je broeksband: leg je hand plat onder je ribbenkast, dan voel je waar de lijn loopt. Ook de veren zitten onder die lijn, niet alleen de dop.
Daar komt een tweede eis bij: op het moment van raken wijzen de steel en het blad van je racket naar beneden. Het blad zit dus lager dan je hand. Zo blijft de service laag en rustig, en krijgt de ontvanger een eerlijke kans.
De hoogte: de regel van 1,15 meter
De profs en de spelers op de Nederlandse Kampioenschappen spelen met een andere grens. Daar moet de hele shuttle onder 1,15 meter boven de vloer zijn op het moment van raken. De richting van het racket is dan vrij. Deze regel is vooral bruikbaar met een servicerechter en een meetapparaat naast de baan. Met het blote oog is zo'n klein hoogteverschil moeilijk te beoordelen. Op de club heb je die spullen niet. Daarom speelt Nederland met het middel als grens. Hoor je iemand over "de 1,15" praten, dan weet je nu waar dat over gaat. Voor jou telt je onderste rib.
Ononderbroken naar voren
Vanaf het begin van de service tot het raken beweegt je racket in één keer naar voren. Je mag niet halverwege stoppen, een schijnbeweging maken of twee keer aanzetten. Zodra het blad naar voren gaat, gaat het door tot de shuttle. Een korte, rustige beweging is genoeg; de shuttle hoeft maar een paar meter te vliegen.
Misslaan is fout
Zwaai je naar voren en raak je de shuttle niet, dan is de service geslagen en fout. De rally is voor de ontvanger. Dit verschilt van tennis, waar een misser bij de opgooi niets kost. Laat je de shuttle vallen zonder dat je racket naar voren is gegaan, dan is de service nog niet begonnen; je raapt de shuttle op en begint opnieuw. Doe dit niet steeds opnieuw, want dan kan het lijken alsof je het spel onnodig vertraagt.
Omhoog, over het net, in het vak schuin tegenover
De shuttle verlaat je racket omhoog. Hij gaat over het net en komt, als de ontvanger hem niet raakt, neer in het serveervak schuin tegenover je. Serveer je vanuit jouw rechter vak, dan is het doel het vak dat de ontvanger vanuit zijn kant ook rechts heeft. Twee rechter vakken liggen schuin tegenover elkaar, net als twee linker vakken.
De lijn is in
Valt de shuttle op een lijn van het serveervak, dan is hij in. Dat geldt voor de voorste serveerlijn, de middenlijn, de zijlijn en de achterlijn, en in het dubbelspel voor de achterste serveerlijn. Valt hij ervoor, erachter of ernaast, dan roept de scheidsrechter "uit". Op de club roept de ontvanger dat, want die ziet het het best.
Het net
Een service die de bovenkant van het net raakt en daarna in het goede vak valt, is goed. De rally loopt door. Blijft de shuttle op het net liggen, of blijft hij na het passeren in het net hangen, dan is de service fout. Tijdens de rally is dat anders, zoals je in les 6 ziet.
In het dubbelspel
De service is voor de ontvanger alleen. Slaat de partner van de ontvanger hem terug, dan is dat een fout. De partners van serveerder en ontvanger mogen op hun eigen speelhelft staan waar ze willen, ook vlak bij het net of vlak achter de serveerder, zolang ze het zicht van de serveerder en de ontvanger aan de andere kant niet belemmeren.
Wacht tot de ontvanger klaar is
Je serveert pas als de ontvanger klaarstaat. Kijk even naar de overkant. Serveer je toch en doet de ontvanger geen poging om terug te slaan, dan is het een let en serveer je opnieuw. Slaat de ontvanger wel terug, of probeert hij dat, dan was hij klaar en telt de rally. Je kunt daarna niet alsnog zeggen dat je nog niet klaar was.
Allebei fout
Maken de serveerder en de ontvanger bij dezelfde service allebei een fout, bijvoorbeeld de serveerder slaat te hoog en de ontvanger stapt al naar voren, dan is het een let. Jullie doen de service opnieuw.
De servicerechter
Op grote toernooien zit een servicerechter op een lage stoel naast het net, tegenover de scheidsrechter. Hij kijkt alleen naar de serveerder: de voeten, de hoogte, het racket, de zwaai, het raken van de dop. Ziet hij een fout, dan roept hij "fout" en laat hij met een gebaar zien welke. De scheidsrechter beoordeelt de ontvanger en het vertragen. Of de shuttle in of uit valt, beoordelen de lijnrechters. Op de club beoordelen jullie deze onderdelen zelf. Niemand kijkt naar je voeten of je ribben. Juist daarom is het netjes om jezelf streng te beoordelen en een te hoge service niet goed te praten.
- Serveer twintig keer en let alleen op je voeten: staan ze allebei stil tot je de shuttle raakt, en raakt geen voet een lijn?
- Vraag je tegenstander om bij tien services naar je racket te kijken: raakt het de shuttle onder je onderste rib, met het blad naar beneden?
- Serveer tien keer kort, net achter de voorste serveerlijn, en tien keer lang. Roep bij elke service van je tegenstander hardop "goed" of "uit".
Na een paar avonden voel je de eisen zonder erover na te denken.
De vijf dingen die je uit deze les moet onthouden:
- Beide voeten blijven stil op de vloer tot je racket de shuttle raakt.
- Nederland: de hele shuttle onder je onderste rib, steel en blad naar beneden.
- Je racket gaat in één beweging naar voren en raakt eerst de dop.
- Misslaan is fout. Serveren voordat de ontvanger klaar is: een let.
- Service via de netband in het vak: goed. Blijft hij op het net liggen: fout.

Print deze kaart of neem hem mee op je telefoon.
Zeven vragen, direct antwoord
0 van 7 beantwoord
Zo leer je de rest van de regels
2 spelers
2 toegangscodes
€39,95
€ 19,98 per speler
- Direct beginnen
- Een jaar toegang
- Inclusief btw
4 spelers
4 toegangscodes
€59,95
€ 14,99 per speler
- Direct beginnen
- Een jaar toegang
- Inclusief btw
Elk pakket geeft twaalf maanden toegang tot de hele cursus, met één toegangscode per speler, direct na je betaling. De regels in de cursus komen uit de Spelregels van Badminton, versie 1 november 2025, de officiële Nederlandse vertaling van Badminton Nederland van de Laws of Badminton van de Badminton World Federation. De cursus zelf is gemaakt door Bert van Doorn, opleider van beroep, die met LOKAAL 58 meer dan 10.000 opsporingsambtenaren opleidde via een online leeromgeving zoals deze. Je rekent af bij BRIDGE 58 B.V., het bedrijf achter BADMINTON 58, met iDEAL of een kaart, inclusief btw.