Wat zijn de serviceregels bij badminton?
Bij de service blijft de hele shuttle onder je middel, de denkbeeldige lijn over je onderste ribben, en wijzen de steel en het blad van je racket naar beneden. Van beide voeten blijft een deel stil op de vloer, je laat de shuttle zonder draai vallen, je racket raakt eerst de dop en de zwaai gaat in één beweging naar voren. Je hebt één kans: elke servicefout is meteen de rally voor de ontvanger.
Onderhands is het gevolg, geen aparte regel
Iedereen zegt dat je bij badminton onderhands moet serveren, en toch staat dat woord nergens in de spelregels. Wat er wel staat: de shuttle is laag op het moment dat je hem raakt, en je racket wijst naar beneden. Wie zich daaraan houdt, serveert vanzelf onderhands. Een bovenhandse service voldoet daardoor niet aan de regels.

De hoogte: onder je onderste rib
Op de club, in de competitie en op bijna alle toernooien in Nederland geldt de middelregel. Op het moment dat je racket de shuttle raakt, is de hele shuttle lager dan je middel: de denkbeeldige lijn rond je lichaam over het laagste punt van je onderste ribben. Dat zit hoger dan je broeksband. Ook de veren blijven onder die lijn, niet alleen de dop. Daar komt bij dat de steel en het blad van je racket op dat moment naar beneden wijzen, dus dat het blad lager zit dan je hand.
De profs en de spelers op de Nederlandse Kampioenschappen hebben een andere grens: daar is de hele shuttle onder 1,15 meter boven de vloer op het moment van raken, en is de richting van het racket vrij. Die regel werkt met een servicerechter en een meetapparaat naast de baan. Op de club heb je die niet, en daarom telt voor jou je onderste rib.
Je voeten, de shuttle en de zwaai
- Beide voeten stil. Van het begin van de service tot het moment dat je de shuttle raakt, blijft van beide voeten een deel stil op de vloer. Je hiel mag los, een stap mag pas na het raken. Dezelfde eis geldt voor de ontvanger.
- Binnen het vak. Jij en de ontvanger staan allebei helemaal in jullie serveervak en raken geen lijn. Zet je voeten een handbreedte van de lijnen.
- Loslaten zonder draai. Je houdt de shuttle bij de veren of de dop vast en laat hem rustig vallen, zonder draai en zonder opgooi.
- Eerst de dop. Je racket raakt de shuttle op de dop; tegen de veren slaan is fout.
- Één doorgaande zwaai. Zodra je blad naar voren gaat, gaat het door tot de shuttle. Halverwege stoppen, een schijnbeweging maken of twee keer aanzetten mag niet.
Staan jullie allebei klaar, dan serveer je ook. Je racket naar achteren brengen en dan wachten om de ontvanger nerveus te maken geldt als onnodig vertragen.
Waar de shuttle heen moet
De shuttle verlaat je racket omhoog, gaat over het net en komt neer in het serveervak schuin tegenover je. Serveer je vanuit jouw rechter vak, dan is het doel het vak dat de ontvanger vanaf zijn kant ook rechts heeft. Valt de shuttle op een lijn van dat vak, dan is hij in. Valt hij ervoor, erachter of ernaast, dan is het "uit" en is de rally voor de ontvanger.
Een service die de bovenkant van het net raakt en daarna in het goede vak valt, is gewoon goed en de rally loopt door. Blijft de shuttle op het net liggen of blijft hij erin hangen, dan is de service fout. In het dubbelspel is de service voor de ontvanger alleen: slaat zijn partner hem terug, dan is dat een fout.
Let of fout
- De ontvanger stond nog niet klaar. Een let, zolang hij geen poging deed om terug te slaan. Sloeg hij wel, of probeerde hij dat, dan was hij klaar en telt de rally.
- Serveerder en ontvanger maken allebei een fout. Een let: jullie doen de service opnieuw.
- Misslaan. Zwaai je naar voren en raak je de shuttle niet, dan is de service geslagen en fout, en is de rally voor de ontvanger.
- Elke andere servicefout. Te hoog raken, het racket omhoog, een voet die beweegt, tegen de veren slaan, vertragen: de rally is voor de ontvanger.
Laat je de shuttle vallen zonder dat je racket naar voren is gegaan, dan is de service nog niet begonnen. Je raapt hem op en begint opnieuw.
Wat in de tuin anders gaat
In de tuin en op het strand serveert bijna iedereen bovenhands, en dat is prima zolang jullie het samen zo afspreken. Op de club telt het als fout, dus het helpt om te weten wat er dan anders gaat: de shuttle blijft onder je middel, je racket wijst naar beneden, beide voeten staan stil, en je hebt één kans in plaats van twee.
Situaties op de baan
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Je raakt de shuttle en de dop zit net onder je onderste rib, maar de veren steken erboven uit.
Fout, de rally is voor de ontvanger. Bij de middelregel blijft de hele shuttle onder het middel, veren en dop samen.
Je service raakt de bovenkant van het net, wipt eroverheen en valt in het goede serveervak.
Goed, de rally loopt door. Anders dan bij tennis speel je een service via de netband niet over.
Je laat de shuttle vallen, zwaait naar voren en raakt hem niet.
Fout, de rally is voor de ontvanger. Zodra je racket naar voren gaat is de service begonnen, en misslaan telt als een geslagen service.
Veelgestelde vragen over de service
Hoeveel kansen heb je bij een service bij badminton?
Één. Elke servicefout is meteen de rally en het punt voor de ontvanger; een tweede service bestaat bij badminton niet.
Hoe hoog mag je de shuttle raken bij de service?
In Nederland blijft de hele shuttle onder je middel, de lijn over het laagste punt van je onderste ribben. Bij de profs en op de Nederlandse Kampioenschappen geldt 1,15 meter boven de vloer.
Mag je bij badminton bovenhands serveren?
Nee. De shuttle blijft onder je middel en je racket wijst naar beneden, en daardoor serveer je vanzelf onderhands.
Wat gebeurt er als de service het net raakt?
Valt de shuttle daarna in het goede serveervak, dan is de service goed en loopt de rally door. Blijft hij op of in het net hangen, dan is het een fout.
Mag je een voet optillen tijdens de service?
Nee. Van beide voeten blijft een deel stil op de vloer tot je racket de shuttle raakt, en dezelfde eis geldt voor de ontvanger.